Veiligheid en wisselwerkingen van methyleenblauw
Methyleenblauw is een werkzame stof met bekende aandachtspunten, vooral de wisselwerking met bepaalde antidepressiva. Een rustig overzicht met bronnen.

Methyleenblauw heeft een lange staat van dienst, en daardoor zijn de risico's goed bekend. Dat is een voordeel: je kunt er rekening mee houden. In dit artikel zetten we de belangrijkste aandachtspunten op een rij, zo feitelijk mogelijk en met de bronnen erbij. Het is geen gebruiksadvies en geen vervanging van een gesprek met een arts of apotheker. Waarom we geen gebruiksadvies geven, lees je in Methyleenblauw en de wet.
Veel van wat we weten, komt uit de medische wereld, waar methyleenblauw als geneesmiddel wordt gebruikt. Zie Methyleenblauw in de geneeskunde. De productinformatie van die geneesmiddelen is openbaar, en die gebruiken we hieronder als bron.
1. Antidepressiva en het serotoninesyndroom
Het belangrijkste aandachtspunt is een wisselwerking met medicijnen die het serotonine in de hersenen beïnvloeden.
Wat er gebeurt. Methyleenblauw remt het enzym monoamineoxidase A, afgekort MAO-A. Dat enzym breekt onder meer serotonine af, een boodschapperstof in de hersenen. Veel antidepressiva verhogen het serotonine op een andere manier, bijvoorbeeld door de heropname ervan te remmen. Komen beide samen, dan kan het serotonine te hoog oplopen. Dat heet een serotoninesyndroom.
Welke middelen. De Amerikaanse FDA waarschuwde in 2011 voor ernstige reacties van het zenuwstelsel bij patiënten die methyleenblauw kregen terwijl ze een serotonerg antidepressivum gebruikten. Het ging vooral om:
- SSRI's, zoals sertraline, citalopram, escitalopram, fluoxetine en paroxetine;
- SNRI's, zoals venlafaxine en duloxetine;
- clomipramine.
De Amerikaanse productinformatie van het geneesmiddel noemt daarnaast MAO-remmers, en draagt een waarschuwing in een kader: in combinatie met serotonerge middelen kan methyleenblauw een ernstig of zelfs dodelijk serotoninesyndroom veroorzaken.
Welke klachten. Een serotoninesyndroom kan zich uiten in verwardheid en onrust, trillen en spiertrekkingen, zweten, koorts, diarree en problemen met de coördinatie.
Wat de literatuur laat zien. De meeste beschreven gevallen deden zich voor in het ziekenhuis, waar methyleenblauw als injectie werd gegeven, vaak bij een operatie. Gillman beschreef in 2006 het mechanisme en de ernst ervan. Een systematisch overzicht van Ng en Cameron uit 2010 bundelde de gemelde gevallen. Beide publicaties laten zien dat het om een echte en serieuze wisselwerking gaat.
Niet alleen antidepressiva. Ook andere middelen beïnvloeden serotonine. In overzichten over het serotoninesyndroom worden onder meer genoemd: de pijnstiller tramadol, migrainemiddelen uit de groep van de triptanen, sommige middelen tegen misselijkheid en het kruidenmiddel sint-janskruid. Of een combinatie met methyleenblauw een risico geeft, hangt af van het middel en de hoeveelheid. Juist daarom is het goed om het na te vragen bij je apotheker, die een overzicht heeft van alles wat je gebruikt.
Wat dit betekent. Gebruik je antidepressiva of andere middelen die op serotonine werken, bespreek methyleenblauw dan altijd eerst met je arts of apotheker. Stop nooit op eigen houtje met je medicijnen.
2. G6PD-tekort
G6PD staat voor glucose-6-fosfaatdehydrogenase. Dat enzym helpt rode bloedcellen zich te beschermen tegen schade. Sommige mensen hebben door een aangeboren variant minder van dit enzym. Dat komt wereldwijd veel voor, vaker bij mensen met roots in Afrika, het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en delen van Azië. Veel mensen merken er in het dagelijks leven niets van en weten niet dat ze het hebben.
Bij een G6PD-tekort kunnen bepaalde stoffen ervoor zorgen dat rode bloedcellen worden afgebroken. Dat heet hemolyse. Methyleenblauw is zo'n stof. De Europese productinformatie noemt een G6PD-tekort daarom als reden om het geneesmiddel niet te geven. Een overzicht van Youngster en collega's uit 2010, over medicijnen en G6PD-tekort, rekent methyleenblauw tot de middelen waarbij het risico goed onderbouwd is.
3. Zwangerschap en borstvoeding
In de jaren tachtig werd methyleenblauw soms gebruikt bij vruchtwaterpunctie bij tweelingzwangerschappen, om te zien uit welk vruchtzakje het vocht kwam. Daarbij werd het rechtstreeks in de baarmoeder gebracht. Een Europese werkgroep die aangeboren afwijkingen registreert, EUROCAT, meldde in 1991 een verband met afwijkingen aan de dunne darm van de baby. Dat gebruik is daarna gestaakt.
De productinformatie van het geneesmiddel vraagt om grote voorzichtigheid bij zwangerschap, en geeft ook aanwijzingen voor borstvoeding. Ben je zwanger, wil je zwanger worden of geef je borstvoeding, overleg dan met je arts of verloskundige.
4. Overgevoeligheid
Zoals bij elke stof kunnen sommige mensen overgevoelig reageren. De productinformatie noemt overgevoeligheid voor methyleenblauw of andere thiazinekleurstoffen als reden om het middel niet te geven. Bekende allergie voor een verwante kleurstof is dus een aandachtspunt.
5. Verkleuring en meetfouten
Twee effecten zijn onschuldig, maar wel goed om te kennen.
- Blauwe urine en huid. Methyleenblauw wordt onder meer via de nieren uitgescheiden. Urine kan daardoor blauw of groenblauw kleuren. Ook de huid kan tijdelijk verkleuren. De productinformatie noemt dit als bekende bijwerking.
- Zuurstofmeter. Een saturatiemeter, de clip op je vinger die het zuurstofgehalte meet, gebruikt licht. Methyleenblauw in het bloed beïnvloedt dat licht, waardoor de meter een te lage waarde kan geven. In het ziekenhuis houden zorgverleners daar rekening mee.
Duizeligheid en autorijden
De Europese productinformatie van het geneesmiddel noemt duizeligheid als vaak voorkomende bijwerking. Na een behandeling in het ziekenhuis is het daarom verstandig om geen auto te rijden of machines te bedienen tot duidelijk is hoe iemand reageert. Wie duizelig is, hoort niet achter het stuur. Het is een goed voorbeeld van hoe voorzichtig de medische wereld met deze stof omgaat, ook bij een geregistreerde toepassing onder toezicht.
6. Kinderen en huisdieren
Een flesje methyleenblauw hoort buiten bereik van kinderen, net als elk ander middel in huis. Een 1% oplossing is geconcentreerd, en een kind weet niet wat het drinkt. Heeft een kind van een oplossing gedronken, bel dan de huisarts of de huisartsenpost en vertel om welke stof en concentratie het gaat. Een arts kan zo nodig overleggen met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum. Bij ernstige klachten bel je direct 112.
Ook voor huisdieren geldt: zet het flesje hoog en in een kast. Methyleenblauw wordt bij dieren alleen door een dierenarts gebruikt.
7. In het milieu
Methyleenblauw is schadelijk voor waterorganismen, zoals watervlooien, en voor bacteriën die in een aquarium of een waterzuivering het water schoonhouden. Spoel restanten daarom niet in grote hoeveelheden door de gootsteen. Meer daarover in Bewaren en vlekken verwijderen en in Gebruik in laboratorium, microscopie en aquarium.
Wanneer je met een arts of apotheker overlegt
Twijfel je, dan is het altijd goed om te overleggen. Zeker als:
- je antidepressiva of andere middelen voor stemming, angst of pijn gebruikt;
- er bij jou of in je familie een G6PD-tekort bekend is;
- je zwanger bent, zwanger wilt worden of borstvoeding geeft;
- je een chronische aandoening hebt of meerdere medicijnen gebruikt.
Neem het flesje of een foto van het etiket mee. Dan weet je arts of apotheker precies om welke stof en welke concentratie het gaat.
Het etiket en de bijsluiter
Lees altijd het etiket en de bijgesloten informatie van het product dat je hebt. Daarin staan de waarschuwingen die voor dat product gelden. Bewaar die informatie bij het flesje.
Samengevat
Methyleenblauw is een werkzame stof met goed beschreven aandachtspunten. De belangrijkste is de wisselwerking met serotonerge antidepressiva, die tot een serotoninesyndroom kan leiden. Verder zijn er voorzorgen bij G6PD-tekort, zwangerschap en overgevoeligheid. Urine en huid kunnen blauw kleuren, en de stof beïnvloedt de zuurstofmeting met een vingerclip. Bewaar het flesje buiten bereik van kinderen, en overleg bij vragen met een arts of apotheker, met het etiket erbij.
Veelgestelde vragen
Welke antidepressiva geven een wisselwerking met methyleenblauw?
De Amerikaanse FDA noemt vooral de SSRI's, de SNRI's en clomipramine. Ook andere middelen die serotonine beïnvloeden, zoals MAO-remmers, worden in de productinformatie genoemd. Twijfel je, vraag het je apotheker.
Wat is een G6PD-tekort?
Een aangeboren tekort aan een enzym dat rode bloedcellen beschermt. Het komt wereldwijd veel voor, vaker bij mensen met roots in Afrika, het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en Azië. Veel mensen weten niet dat ze het hebben.
Wat moet ik doen als een kind van de oplossing heeft gedronken?
Bel de huisarts of de huisartsenpost en vertel om welke stof en concentratie het gaat. Een arts kan zo nodig overleggen met het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum. Bij ernstige klachten bel je 112.
Blue Magic (awakening)Methyleenblauw 1%, 100 ml in bruin glas met glazen pipet. Getest op zware metalen. €39,99.
Bekijk Blue MagicBronnen
- U.S. Food and Drug Administration, ProvayBlue (methylene blue) injection, prescribing information (2023).
- European Medicines Agency, Methylthioninium chloride Proveblue (EPAR).
- Ng BK, Cameron AJ. The role of methylene blue in serotonin syndrome, a systematic review. Psychosomatics. 2010;51(3):194-200.
- Gillman PK. Methylene blue implicated in potentially fatal serotonin toxicity. Anaesthesia. 2006;61(10):1013-4.
- Youngster I, Arcavi L, Schechmaster R, et al. Medications and glucose-6-phosphate dehydrogenase deficiency, an evidence-based review. Drug Saf. 2010;33(9):713-26.
- Dolk H. Methylene blue and atresia or stenosis of ileum and jejunum. EUROCAT Working Group. Lancet. 1991;338(8773):1021-2.
