Methyleenblauw en G6PD-tekort: waarom het ertoe doet
Wat een G6PD-tekort is, waarom methyleenblauw dan rode bloedcellen kan afbreken, hoe vaak het voorkomt en hoe je erachter komt of je het hebt.

In bijna elk artikel over de veiligheid van methyleenblauw staan vier letters: G6PD. Ze komen terug in de productinformatie van het geneesmiddel, in overzichtsartikelen en in de waarschuwingen van zorgverleners. Toch weten de meeste mensen niet wat het is, en nog minder mensen weten of ze het zelf hebben. In dit artikel leggen we uit wat een G6PD-tekort is, waarom het bij methyleenblauw zo zwaar weegt en hoe je erachter komt of het bij jou speelt. Een overzicht van alle aandachtspunten staat in Veiligheid en wisselwerkingen van methyleenblauw.
Wat is G6PD?
G6PD staat voor glucose-6-fosfaatdehydrogenase. Het is een enzym, een eiwit dat een chemische reactie in de cel op gang houdt. In rode bloedcellen heeft G6PD een belangrijke taak. Het zorgt voor de aanmaak van NADPH, een stof die de cel nodig heeft om zich te beschermen tegen oxidatieve schade.
Rode bloedcellen zijn daar extra afhankelijk van. Ze vervoeren zuurstof, en zuurstof geeft reactieve moleculen die de cel kunnen beschadigen. Andere cellen hebben meerdere manieren om NADPH te maken. Rode bloedcellen hebben er in feite maar één: via G6PD. Is dat enzym minder actief, dan staan rode bloedcellen zwakker tegenover oxidatieve stress.
Wat is een G6PD-tekort?
Een G6PD-tekort, ook G6PD-deficiëntie genoemd, is aangeboren. Het gen voor G6PD ligt op het X-chromosoom. Daarom komt het vaker voor bij mannen, die maar één X-chromosoom hebben. Vrouwen kunnen het ook hebben, of drager zijn, met een wisselende activiteit van het enzym.
Wereldwijd is het een van de meest voorkomende aangeboren enzymtekorten. Volgens een overzicht in The Lancet gaat het om honderden miljoenen mensen. Het komt vooral voor bij mensen met roots in Afrika, het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en delen van Azië. Dat hangt samen met malaria: in gebieden waar malaria veel voorkwam, gaf de variant een zekere bescherming, waardoor hij vaker werd doorgegeven.
Het grootste deel van de mensen met een G6PD-tekort merkt er in het dagelijks leven niets van. Problemen ontstaan pas als de rode bloedcellen extra belast worden. Bekende uitlokkers zijn bepaalde geneesmiddelen, infecties en het eten van tuinbonen. Dat laatste heet favisme.
Waarom methyleenblauw dan een probleem is
Hier wordt het paradoxaal. Methyleenblauw wordt als geneesmiddel gebruikt tegen methemoglobinemie, een toestand waarin het bloed minder zuurstof vervoert. Om dat te doen, moet methyleenblauw in de rode bloedcel worden omgezet in leukomethyleenblauw, de kleurloze vorm. Die omzetting gebeurt met NADPH. En NADPH komt via G6PD.
Bij een G6PD-tekort is er te weinig NADPH. Dan gebeuren twee dingen tegelijk:
- Methyleenblauw werkt niet zoals bedoeld, omdat de omzetting niet goed op gang komt.
- Methyleenblauw kan zelf oxidatieve schade geven, en daar zijn deze rode bloedcellen juist slecht tegen bestand.
Het gevolg kan hemolyse zijn: rode bloedcellen worden afgebroken. Dat kan leiden tot bloedarmoede, vermoeidheid, kortademigheid, donkere urine en geelzucht. In ernstige gevallen is ziekenhuiszorg nodig.
Wat de productinformatie zegt
De Europese productinformatie van het geregistreerde geneesmiddel noemt een G6PD-tekort als contra-indicatie: een reden om het niet te geven, vanwege het risico op hemolyse. De Amerikaanse productinformatie van het vergelijkbare geneesmiddel doet hetzelfde. Ook een groot overzicht uit 2010 over geneesmiddelen en G6PD-tekort, dat per middel het bewijs woog, rekent methyleenblauw tot de middelen waarbij het risico goed onderbouwd is.
Dat is belangrijk, omdat dit geneesmiddel alleen in het ziekenhuis wordt gegeven, door zorgverleners die het bloed controleren en een alternatief achter de hand hebben. Buiten het ziekenhuis is er geen arts die vooraf naar G6PD vraagt.
Hoe weet je of je het hebt?
Veel mensen met een G6PD-tekort weten het niet. Het wordt soms ontdekt na een reactie op een geneesmiddel, bij bloedonderzoek om een andere reden, of omdat een familielid het heeft.
Een G6PD-tekort is vast te stellen met een bloedtest die de activiteit van het enzym meet. Je huisarts kan die aanvragen. Er zijn redenen om het te laten testen:
- Het komt in je familie voor.
- Je hebt roots in een gebied waar het veel voorkomt.
- Je hebt eerder een onverklaarde reactie gehad op een geneesmiddel, een infectie of tuinbonen.
- Je hebt als baby geelzucht gehad waarvoor behandeling nodig was.
Een bekende kanttekening: vlak na een episode van hemolyse kan de test ten onrechte normaal uitvallen, omdat de oudste rode bloedcellen dan al zijn afgebroken. Je huisarts weet dat en kiest het juiste moment.
Hoe hemolyse eruitziet
Hemolyse door een uitlokkende stof begint meestal niet direct. In overzichtsartikelen wordt beschreven dat de klachten zich in de dagen erna kunnen ontwikkelen. Mensen voelen zich moe en slap, worden bleek of kortademig bij inspanning, en de urine kan donker worden, als cola of thee. Later kan het wit van de ogen geel kleuren. Bij methyleenblauw is dat extra verwarrend, omdat de stof de urine zelf al blauwgroen kleurt. Een donkere, bruine kleur is iets anders dan die bekende blauwe verkleuring.
Twijfel je na contact met methyleenblauw of iemand zich zo voelt? Neem dan contact op met de huisarts of de huisartsenpost en vertel welke stof het was en dat er mogelijk een G6PD-tekort speelt. Bij ernstige kortademigheid of verwardheid bel je 112.
Waarom het ook bij een kleine hoeveelheid telt
Een G6PD-tekort is geen alles-of-niets. Er bestaan veel varianten van het gen, met een verschillende restactiviteit van het enzym. De Wereldgezondheidsorganisatie deelt ze in klassen in, van een licht tot een ernstig tekort. Hoe sterk iemand reageert, hangt af van die variant, van de hoeveelheid van de stof en van andere omstandigheden, zoals een infectie op hetzelfde moment. Dat maakt het lastig om vooraf te zeggen wat veilig is. Precies daarom geldt in de productinformatie geen aangepaste hoeveelheid, maar een contra-indicatie.
Andere stoffen bij een G6PD-tekort
Methyleenblauw is niet de enige stof waar mensen met een G6PD-tekort voorzichtig mee zijn. Het overzicht uit 2010 noemt onder meer bepaalde antimalariamiddelen en bepaalde antibiotica. Ook tuinbonen staan op de lijst. Wie weet dat hij of zij een G6PD-tekort heeft, krijgt van de huisarts of apotheker meestal een lijst mee van middelen om te vermijden. Methyleenblauw hoort daarop.
Wat dit betekent voor Blue Magic
Blue Magic is een 1% oplossing van methyleenblauw voor non-food toepassingen. Het is geen voedingsmiddel en geen voedingssupplement, en we geven geen gebruiksadvies voor inname. We zetten deze informatie in de kennisbank omdat iedereen die met methyleenblauw in aanraking komt, moet weten waar het risico zit. Ook bij huidcontact of een ongeluk thuis wil je weten dat het bij een G6PD-tekort anders kan uitpakken.
Weet je dat je een G6PD-tekort hebt, of twijfel je? Overleg dan met je huisarts of apotheker voordat je met methyleenblauw werkt, en neem het etiket mee. Wat er in het flesje zit, lees je in Blue Magic (awakening): wat er in het flesje zit. Andere bekende reacties staan in Bijwerkingen van methyleenblauw.
In het kort
G6PD is een enzym dat rode bloedcellen beschermt tegen oxidatieve schade. Een aangeboren tekort komt wereldwijd veel voor, vaak zonder dat mensen het weten. Methyleenblauw heeft dat enzym indirect nodig om te werken, en bij een tekort kan het rode bloedcellen laten afbreken. Daarom noemt de productinformatie van het geneesmiddel een G6PD-tekort als reden om het niet te geven. Twijfel je, laat het dan testen via de huisarts.
Veelgestelde vragen
Wat is een G6PD-tekort?
Een aangeboren tekort aan het enzym glucose-6-fosfaatdehydrogenase. Rode bloedcellen zijn dan minder goed beschermd tegen oxidatieve schade, waardoor bepaalde stoffen, voedingsmiddelen of infecties ze kunnen laten afbreken.
Waarom is methyleenblauw gevaarlijk bij een G6PD-tekort?
Methyleenblauw heeft in het lichaam een stof nodig die rode bloedcellen via G6PD maken. Is die er te weinig, dan werkt methyleenblauw niet zoals bedoeld en kan het juist oxidatieve schade geven. Rode bloedcellen kunnen dan worden afgebroken.
Hoe weet ik of ik een G6PD-tekort heb?
Met een bloedtest. Vraag het na bij je huisarts. Bij twijfel, of als het in je familie voorkomt, is het verstandig dat te laten testen voordat je met een stof als methyleenblauw in aanraking komt.
Komt een G6PD-tekort vaak voor in Nederland en België?
Het komt wereldwijd veel voor, vooral bij mensen met roots in Afrika, het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en delen van Azië. In Nederland en België komt het dus ook voor, vaak zonder dat mensen het weten.
Blue Magic (awakening)Methyleenblauw 1%, 100 ml in bruin glas met glazen pipet. Getest op zware metalen. €40,00.
Bekijk Blue MagicBronnen
- Youngster I, Arcavi L, Schechmaster R, et al. Medications and glucose-6-phosphate dehydrogenase deficiency, an evidence-based review. Drug Saf. 2010;33(9):713-726.
- European Medicines Agency, Methylthioninium chloride Proveblue (EPAR), productinformatie.
- U.S. Food and Drug Administration, ProvayBlue (methylene blue) injection, prescribing information (2023).
- Cappellini MD, Fiorelli G. Glucose-6-phosphate dehydrogenase deficiency. Lancet. 2008;371(9606):64-74.
- Thuisarts.nl, informatie over G6PD-deficiëntie.


