Methyleenblauw in psychiatrisch onderzoek: van 1986 tot nu
Al sinds de jaren tachtig onderzoeken psychiaters methyleenblauw, bij bipolaire stoornis, angst en posttraumatische stress. Welke studies zijn er, wat vonden ze, en wat zijn de grenzen?

Dat methyleenblauw in de hersenen iets doet, weten psychiaters al lang. Al in de jaren tachtig verschenen er gecontroleerde studies bij mensen met een bipolaire stoornis. Later volgden studies bij angst en posttraumatische stress. Op sociale media worden die studies vaak samengevat in één zin over stemming. In dit artikel lees je wat er werkelijk is onderzocht, bij wie, en met welke beperkingen. Het is geen behandeladvies. Wie met psychische klachten te maken heeft, hoort bij een huisarts, psycholoog of psychiater.
Waarom methyleenblauw de psychiatrie interesseert
Er zijn twee redenen.
Het remt monoamineoxidase A. Dat enzym breekt boodschapperstoffen in de hersenen af, zoals serotonine en noradrenaline. Een groep oudere antidepressiva, de MAO-remmers, werkt via hetzelfde enzym. Ramsay, Dunford en Gillman toonden in 2007 aan dat methyleenblauw dit enzym al bij zeer lage concentraties sterk remt. Hoe het molecuul dat doet, lees je in Hoe werkt methyleenblauw?
Het beïnvloedt de energiehuishouding van zenuwcellen. In het laboratorium grijpt methyleenblauw in op de mitochondriën, die de energie leveren voor het werk van zenuwcellen. Onderzoekers denken dat dit een rol kan spelen bij het vastleggen van herinneringen. Meer in Methyleenblauw en mitochondriën.
1986: de eerste studie bij een bipolaire stoornis
De Britse psychiater G.J. Naylor en collega's publiceerden in 1986 een studie van twee jaar bij 31 mensen met een bipolaire stoornis, vroeger manisch-depressieve psychose genoemd. Alle deelnemers gebruikten lithium, de standaardbehandeling. Daarnaast kregen ze een jaar lang een hogere hoeveelheid methyleenblauw en een jaar lang een heel lage hoeveelheid, in willekeurige volgorde. Noch de deelnemers, noch de beoordelaars wisten welke periode welke was.
Wat ze vonden: in het jaar met de hogere hoeveelheid waren de deelnemers minder depressief. Op manische klachten was er geen verschil.
Beperkingen: de onderzoekers noemden ze zelf. Maar zeventien van de 31 deelnemers maakten de studie af. De beoordelingsschalen waren eenvoudig. Er was twijfel of het blinderen werkte, omdat methyleenblauw de urine kleurt. En het was onzeker of de heel lage hoeveelheid echt als placebo kon gelden. Ze noemden het resultaat een reden voor verder onderzoek.
2017: resterende klachten bij een bipolaire stoornis
Bijna dertig jaar later deed een Canadese onderzoeksgroep onder leiding van Martin Alda een vergelijkbare studie, gepubliceerd in de British Journal of Psychiatry. Ze werkten met 37 deelnemers met een bipolaire stoornis die stabiel waren op het medicijn lamotrigine, maar nog resterende klachten hadden. De studie duurde zes maanden. Ook hier kregen deelnemers afwisselend een hogere en een heel lage hoeveelheid, geblindeerd.
Wat ze vonden: met de hogere hoeveelheid namen de depressieve klachten en de angstklachten af, gemeten met gangbare beoordelingsschalen. Manische klachten bleven laag en stabiel. Op het denkvermogen, zoals geheugen en aandacht, was er geen significant effect. De bijwerkingen waren mild en van korte duur.
Beperkingen: een kleine groep, een specifieke situatie (aanvulling op lamotrigine, onder begeleiding van psychiaters) en hetzelfde probleem met het blinderen als in 1986. Grotere studies zijn er sindsdien niet verschenen.
Angst uitdoven: claustrofobie (2014)
Een andere onderzoeksrichting kijkt naar blootstellingstherapie. Bij die therapie word je stap voor stap blootgesteld aan wat je bang maakt, zodat je hersenen leren dat het veilig is. Dat leerproces heet uitdoving. Onderzoekers aan de Universiteit van Texas vroegen zich af of methyleenblauw, direct na een sessie gegeven, dat leerproces beter laat vastleggen.
In 2014 publiceerden Telch en collega's een studie bij 42 volwassenen met claustrofobie. Na een sessie in een kleine afgesloten ruimte kregen ze methyleenblauw of een placebo. Een maand later werd gemeten hoe bang ze nog waren.
Wat ze vonden: het hing af van hoe de sessie was gegaan. Bij deelnemers bij wie de angst aan het eind van de sessie laag was, gaf methyleenblauw een beter resultaat. Bij deelnemers bij wie de sessie minder goed was gegaan, gaf het juist een slechter resultaat. De onderzoekers concludeerden dat methyleenblauw versterkt wat er in de sessie is geleerd, of dat nu gunstig is of niet. Meer over deze studie in Methyleenblauw, geheugen en de hersenen.
Posttraumatische stress (2017)
Op basis daarvan deed een groep onderzoekers, onder wie Edna Foa, een van de grondleggers van blootstellingstherapie bij trauma, een studie bij 42 mensen met chronische posttraumatische stress. Ze kregen vijf dagelijkse sessies waarin ze de traumatische herinnering in gedachten doorliepen, gevolgd door methyleenblauw of een placebo. Een derde groep stond op een wachtlijst en kreeg later de standaardbehandeling.
Wat ze vonden: beide groepen met de korte therapie gingen flink vooruit, en na drie maanden was er geen verschil met de standaardbehandeling. In de methyleenblauwgroep reageerden iets meer mensen op de behandeling volgens een onafhankelijke beoordelaar, en was de kwaliteit van leven hoger. Het herstel verliep anders: eerst langzamer, daarna sneller.
Beperkingen: een kleine groep, een korte follow-up, en de onderzoekers noemen het zelf een voorlopige aanwijzing.
De keerzijde: het serotoninesyndroom
De eigenschap die methyleenblauw interessant maakt voor de psychiatrie, is ook de grootste bron van risico. Wie een antidepressivum gebruikt dat de hoeveelheid serotonine verhoogt, zoals een SSRI of SNRI, kan samen met methyleenblauw te veel serotonine krijgen. Dat heet het serotoninesyndroom. Klachten zijn onder meer verwardheid, onrust, koorts, spiertrekkingen en een snelle hartslag. In ernstige gevallen is het levensbedreigend.
Ng en Cameron beschreven in 2010 in een systematische review de gevallen die in de medische literatuur zijn gemeld, vooral bij patiënten die in het ziekenhuis methyleenblauw kregen en ook een antidepressivum gebruikten. De Amerikaanse FDA waarschuwt sinds 2011 voor deze combinatie. In alle studies hierboven werden deelnemers daarop gecontroleerd. Meer in Veiligheid en wisselwerkingen.
Waarom er zo weinig grote studies zijn
Bijna veertig jaar na de eerste studie is het aantal deelnemers in al deze studies samen nog steeds klein. Daar zijn een paar redenen voor. Methyleenblauw is een oude stof zonder patent, dus er is geen bedrijf dat de kosten van een grote studie terugverdient. Blinderen is lastig, omdat de urine blauw kleurt; onderzoekers gebruikten daarom een heel lage hoeveelheid als vergelijking, maar die is misschien niet werkloos. En de groep mensen die mee kan doen is beperkt, omdat veel mensen met psychische klachten antidepressiva gebruiken die niet samengaan met methyleenblauw.
Wat dit onderzoek wel en niet zegt
Wel: in een paar kleine, gecontroleerde studies, altijd als aanvulling op een bestaande behandeling en onder begeleiding van psychiaters, zagen onderzoekers gunstige effecten op depressieve klachten, angst of het leren in therapie.
Wat opvalt: in elke studie werkte methyleenblauw samen met iets anders, zoals lithium, lamotrigine of een vorm van therapie. Geen enkele studie onderzocht methyleenblauw als enige behandeling.
Niet: dat methyleenblauw een middel is tegen depressie of angst. Daarvoor zijn de studies te klein en te weinig in aantal, en is het niet geregistreerd. Ook niet dat het veilig is om zelf te combineren met medicijnen. Het tegendeel is waar.
Samengevat
Psychiaters onderzoeken methyleenblauw al sinds 1986, omdat het het enzym monoamineoxidase A remt en de energiehuishouding van zenuwcellen beïnvloedt. Kleine studies bij mensen met een bipolaire stoornis zagen minder depressieve en angstklachten als aanvulling op hun gewone medicatie. Studies bij claustrofobie en posttraumatische stress lieten zien dat het effect van blootstellingstherapie kan veranderen, en sterk afhangt van hoe een sessie verloopt. Al dit onderzoek gebeurde onder medische begeleiding. Samen met veel antidepressiva kan methyleenblauw een gevaarlijk serotoninesyndroom geven.
Veelgestelde vragen
Waarom onderzoeken psychiaters methyleenblauw?
Omdat het in de hersenen het enzym monoamineoxidase A remt, dat stoffen als serotonine en noradrenaline afbreekt, en omdat het in het laboratorium de energiehuishouding van zenuwcellen beïnvloedt. Beide eigenschappen zijn relevant voor stemming en geheugen.
Is methyleenblauw een geneesmiddel tegen depressie?
Nee. Het is daarvoor niet geregistreerd. Er zijn enkele kleine studies, allemaal als aanvulling op een gewone behandeling en onder begeleiding van een psychiater. Dat is te weinig voor een registratie.
Kan ik methyleenblauw combineren met mijn antidepressivum?
Doe dat niet zonder overleg met je arts of apotheker. De combinatie met SSRI's, SNRI's en andere middelen die serotonine beïnvloeden, kan een gevaarlijk serotoninesyndroom geven. De Amerikaanse FDA waarschuwt hier nadrukkelijk voor.
Blue Magic (awakening)Methyleenblauw 1%, 100 ml in bruin glas met glazen pipet. Getest op zware metalen. €40,00.
Bekijk Blue MagicBronnen
- Naylor GJ, Martin B, Hopwood SE, Watson Y. A two-year double-blind crossover trial of the prophylactic effect of methylene blue in manic-depressive psychosis. Biol Psychiatry. 1986;21(10):915-20.
- Alda M, McKinnon M, Blagdon R, et al. Methylene blue treatment for residual symptoms of bipolar disorder, randomised crossover study. Br J Psychiatry. 2017;210(1):54-60.
- Telch MJ, Bruchey AK, Rosenfield D, et al. Effects of post-session administration of methylene blue on fear extinction and contextual memory in adults with claustrophobia. Am J Psychiatry. 2014;171(10):1091-8.
- Zoellner LA, Telch M, Foa EB, et al. Enhancing Extinction Learning in Posttraumatic Stress Disorder With Brief Daily Imaginal Exposure and Methylene Blue, A Randomized Controlled Trial. J Clin Psychiatry. 2017;78(7):e782-e789.
- Ramsay RR, Dunford C, Gillman PK. Methylene blue and serotonin toxicity, inhibition of monoamine oxidase A (MAO A) confirms a theoretical prediction. Br J Pharmacol. 2007;152(6):946-51.
- Ng BK, Cameron AJ. The role of methylene blue in serotonin syndrome, a systematic review. Psychosomatics. 2010;51(3):194-200.


