Kwaliteitsgraden van methyleenblauw: USP, Ph. Eur. en technisch

Methyleenblauw wordt in verschillende kwaliteiten gemaakt. Wat betekenen USP, Ph. Eur. en technische kwaliteit, en waar zit het verschil?

Glazen potjes met donkerblauw kristallijn poeder en een spatel op een laboratoriumbank

Twee flesjes methyleenblauw kunnen er precies hetzelfde uitzien en toch een heel andere kwaliteit hebben. De stof wordt voor uiteenlopende doelen gemaakt: om katoen te verven, om preparaten onder de microscoop te kleuren en om als werkzame stof in een geneesmiddel te gebruiken. Voor elk doel gelden andere eisen. In dit artikel leggen we uit welke kwaliteitsgraden er zijn, wat de afkortingen betekenen en waar je op kunt letten. De basis over de stof zelf staat in Wat is methyleenblauw?.

Waarom kwaliteit bij een kleurstof uitmaakt

Voor een verfstof is vooral de kleur belangrijk. Of er een beetje van een verwante stof in zit, of wat zout uit het productieproces, maakt voor een gekleurde stof weinig uit. Voor een werkzame stof is dat anders. Daar wil je weten hoeveel van de stof er precies in zit, en welke andere stoffen er in welke hoeveelheid aanwezig zijn.

Bij de productie van methyleenblauw kunnen verwante verbindingen ontstaan. De bekendste is azuur B, een stof die lijkt op methyleenblauw maar één methylgroep minder heeft. Ook kunnen er resten van grondstoffen, oplosmiddelen of metalen uit het productieproces achterblijven. Sommige technische soorten worden bovendien als zogeheten dubbelzout met zinkchloride verhandeld. Hoeveel van dit alles er in een partij zit, bepaalt voor een groot deel de kwaliteitsgraad.

De drie grote groepen

Grofweg zijn er drie groepen kwaliteit. De namen verschillen per leverancier, maar het principe is hetzelfde.

Technische kwaliteit

Bedoeld voor industrieel gebruik, zoals het verven van textiel of papier. Het gehalte aan werkzame stof kan lager liggen en er gelden geen strenge eisen aan onzuiverheden. Voor die toepassingen is dat geen probleem.

Laboratoriumkwaliteit

Voor kleuringen in de microscopie en voor chemische analyses. Hier telt vooral dat de kleurstof betrouwbaar en herhaalbaar kleurt. Kleurstoffen voor de microscopie worden soms gecertificeerd door gespecialiseerde organisaties, die controleren of een partij goed kleurt in een standaardtest. Dat zegt iets over de kleurkracht, maar niet alles over onzuiverheden.

Farmacopeekwaliteit

De strengste groep. De stof voldoet aan een zogeheten monografie in een farmacopee: een officiële beschrijving met precieze eisen en testmethoden. Voor methyleenblauw zijn de bekendste de Europese Farmacopee (Ph. Eur.) en de Amerikaanse United States Pharmacopeia (USP).

Wat is een farmacopee?

Een farmacopee is een officieel naslagwerk met kwaliteitseisen voor werkzame stoffen, hulpstoffen en geneesmiddelen. Het bevat per stof een monografie. Daarin staat onder meer:

  • Identiteit. Hoe je aantoont dat de stof echt is wat hij hoort te zijn, bijvoorbeeld met een lichtabsorptiemeting of een infraroodspectrum.
  • Gehalte. Hoeveel procent van de stof er minimaal en maximaal in mag zitten, gemeten met een vastgelegde methode.
  • Onzuiverheden. Welke verwante stoffen er mogen zitten en tot welke grens. Bij methyleenblauw gaat het onder meer om azuur B en andere verwante kleurstoffen.
  • Overige eisen. Denk aan het watergehalte, resten die achterblijven na verbranden, en elementen zoals zware metalen.

Voor Europa geeft het European Directorate for the Quality of Medicines (EDQM), een onderdeel van de Raad van Europa, de Ph. Eur. uit. Die is de wettelijke standaard voor geneesmiddelen in de landen die de overeenkomst hebben ondertekend, waaronder Nederland en België. De USP is de Amerikaanse tegenhanger en wordt wereldwijd ook veel gebruikt.

USP of Ph. Eur.: wat is het verschil?

Beide standaarden hebben hetzelfde doel: vastleggen wat een goede, zuivere stof is en hoe je dat controleert. In de details kunnen de tests, de methoden en de grenzen verschillen. De ene monografie kan bijvoorbeeld een andere methode voorschrijven om onzuiverheden te meten dan de andere.

In de praktijk voldoen goede producenten vaak aan meerdere farmacopees tegelijk. Op een analysecertificaat zie je dan bijvoorbeeld "conform Ph. Eur." of "conform USP", met per test de gebruikte methode. Belangrijker dan welke afkorting er staat, is dat de uitslagen erbij staan en dat ze bij jouw lotnummer horen.

Oplossing is iets anders dan poeder

Een farmacopeemonografie beschrijft meestal de stof zelf, het poeder. Een oplossing is een eindproduct: de stof is opgelost in water. Voor de kwaliteit van een oplossing tellen daarom twee dingen:

  1. De kwaliteit van de gebruikte stof, zoals hierboven beschreven.
  2. De kwaliteit van de bereiding: het water dat gebruikt is, de nauwkeurigheid van de concentratie en de schoonheid van het productieproces en de verpakking.

Een goede leverancier kan van beide stappen documentatie laten zien. Voor de stof is dat het analysecertificaat van de grondstof. Voor de oplossing is dat een eigen certificaat met bijvoorbeeld de gemeten concentratie en het uiterlijk.

Richtlijnen voor specificaties

Wie wil weten hoe de farmaceutische wereld naar kwaliteitseisen kijkt, kan de richtlijn ICH Q6A lezen. Die internationale richtlijn, overgenomen door het Europees Geneesmiddelenbureau EMA, beschrijft hoe je specificaties opstelt: welke tests je doet, met welke methoden en welke grenzen je stelt. Een specificatie is eigenlijk een afspraak: dit zijn de eisen, en elke partij moet daaraan voldoen voordat hij wordt vrijgegeven.

Hoe een fabrikant kwaliteit bewaakt

Een monografie zegt wat de eisen zijn. Hoe een fabrikant ervoor zorgt dat elke partij daaraan voldoet, is een tweede verhaal. In de farmaceutische industrie gelden daarvoor de regels voor goede productiepraktijken, in het Engels Good Manufacturing Practice of GMP. Die schrijven onder meer voor dat grondstoffen worden gecontroleerd voordat ze gebruikt worden, dat elke stap in de productie wordt vastgelegd en dat elke partij pas na onderzoek wordt vrijgegeven.

Daarnaast onderzoeken fabrikanten hoe een stof zich in de loop van de tijd houdt. Bij zo'n stabiliteitsonderzoek bewaren ze monsters onder vaste omstandigheden en meten ze op vaste momenten opnieuw. Op basis daarvan stellen ze de houdbaarheid vast. Daarom kan een certificaat naast een productiedatum ook een vervaldatum of hertestdatum noemen.

Waar je op kunt letten

Wil je weten wat voor kwaliteit je in handen hebt, dan helpen deze vragen:

  • Staat er een kwaliteitsgraad op het etiket of in de productinformatie? Bijvoorbeeld USP of Ph. Eur.
  • Is er een lotnummer? Zonder lotnummer is er geen certificaat te koppelen.
  • Is het analysecertificaat beschikbaar? Een leverancier die een farmacopeekwaliteit noemt, hoort het certificaat van dat lot te kunnen laten zien.
  • Staan er echte uitslagen op het certificaat? Een certificaat met alleen "voldoet" en geen getallen zegt minder dan een certificaat met meetwaarden.

Hoe je zo'n certificaat stap voor stap leest, staat in Een analysecertificaat (COA) lezen.

Termen die je vaak tegenkomt

Op etiketten en in productteksten staan veel woorden die op kwaliteit lijken te wijzen. Niet allemaal hebben ze een vaste betekenis. "Farmaceutische kwaliteit" of "pharmaceutical grade" zegt pas iets als erbij staat aan welke farmacopee de stof voldoet. "Zuiver" of "puur" zijn geen beschermde termen. Een concreet gehalte, zoals 98,0 tot 102,0 procent op de droge stof, en een verwijzing naar een monografie zijn wel toetsbaar.

Wat kwaliteit niet zegt

Een hoge kwaliteitsgraad betekent dat de stof zuiver is en goed gecontroleerd. Het zegt niets over de effecten van de stof in het lichaam, en het maakt een product niet vanzelf geschikt voor elk gebruik. Methyleenblauw is een werkzame stof met bekende risico's, ongeacht de zuiverheid. Die lees je in Veiligheid en wisselwerkingen.

Ook de manier van bewaren speelt mee. Een zuivere oplossing kan door licht, warmte of een slecht gesloten dop op den duur veranderen. Daarover gaat Waarom bruin glas.

Samengevat

Methyleenblauw wordt gemaakt in technische, laboratorium- en farmacopeekwaliteit. Farmacopees zoals de Ph. Eur. en de USP leggen per stof vast hoe zuiver die moet zijn, welke onzuiverheden er mogen zitten en hoe je dat test. Het verschil zie je niet aan de kleur. Het blijkt uit het analysecertificaat dat bij het lotnummer van je flesje hoort.

Veelgestelde vragen

Wat betekent USP op een etiket?

Dat de stof voldoet aan de eisen van de United States Pharmacopeia, het Amerikaanse officiële boek met kwaliteitseisen voor werkzame stoffen. De bijbehorende testuitslagen horen op het analysecertificaat te staan.

Is Ph. Eur. beter dan USP?

Geen van beide is per definitie beter. Het zijn twee officiële standaarden met vergelijkbare doelen en deels andere tests en grenzen. In Europa is de Ph. Eur. de wettelijke standaard voor geneesmiddelen.

Hoe weet ik welke kwaliteit ik heb?

Vraag het analysecertificaat (COA) op dat bij het lotnummer van je flesje hoort. Daarop staan de uitgevoerde tests, de grenzen en de uitslagen.

Blue Magic (awakening)Methyleenblauw 1%, 100 ml in bruin glas met glazen pipet. Getest op zware metalen. €39,99.

Bekijk Blue Magic

Bronnen

  1. European Directorate for the Quality of Medicines, European Pharmacopoeia (Ph. Eur.).
  2. United States Pharmacopeia, Overview of monographs.
  3. European Medicines Agency, ICH Q6A Specifications, test procedures and acceptance criteria for new drug substances and new drug products, chemical substances.
  4. PubChem, Methylene Blue (CID 6099). National Center for Biotechnology Information.

Dit artikel is informatief en geen medisch advies. Overleg bij vragen over gezondheid of medicijnen met een arts of apotheker.

Lees ook